In debat over de zin en onzin van een ééngemaakte Brusselse politiezone

Share |

De recente terreurdreiging gebiedt ons het dossier over de fusie van de Brusselse politiezones opnieuw op de politieke agenda te zetten. De Open Vld heeft zich steeds getoond als een principiële voorstander van de éénmaking, naar het voorbeeld van metropolen zoals Londen en New York. Dat zou de transparantie en de efficiëntie van het politiewerk volgens ons zeker ten goede komen. De Brusselse brandweer is trouwens ook succesvol gefusioneerd.

 

Onze fractie betreurt dan ook dat u in interviews zo manifest het been stijf houdt en zich blijft verzetten tegen een integratie van de zes verschillende politiekorpsen in Brussel. In het belang van alle Brusselaars en hun veiligheid is het belangrijk dat we op z’n minst eens de denkoefening maken, maar dan wel zonder a priori’s. Het kan mijns inziens geen kwaad om in alle openheid het debat aan te gaan en de huidige constellatie in vraag te stellen door te onderzoeken waar eventueel verbetering mogelijk is.

 

En toch is mijn fractie er zich terdege van bewust dat een fusie van de politiezones niet alles oplost en geen wondermiddel is tegen radicalisme en andere maatschappelijke uitdagingen waarmee we vandaag worden geconfronteerd. Essentieel in de strijd tegen het terrorisme en in de aanpak van radicalisme is een doeltreffende informatie-uitwisseling tussen de inlichtingendiensten en de lokale politiediensten. Een probleem als radicalisering beperkt zich bovendien niet tot de grenzen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ook met een ééngemaakte politiezone voorkomt men niet dat geradicaliseerde jongeren vanuit Brussel naar een buurgemeente als Vilvoorde verhuizen en zo van de radar verdwijnen.

 

Met of zonder fusie van de politiezones; er is nu al veel mogelijk. Sinds de zesde staatshervorming is de coördinatie van het preventie- en veiligheidsbeleid een gewestelijke bevoegdheid in handen van de minister-president. We hebben de instrumenten in handen om ons eigen gewestelijk veiligheidsbeleid uit te tekenen. De instelling Brussel-Preventie & Veiligheid is net om die reden in het leven geroepen. Belangrijk is dat we op deze ingeslagen weg verdergaan. Het is nu aan de minister-president om de lijnen van een gewestelijk veiligheidsplan uit te tekenen en ten uitvoer te brengen, weliswaar rekening houdend met de lokale noden en eigenheden. De instrumenten die het gewest vandaag ter beschikking heeft, zoals het Observatorium voor Preventie en Veiligheid, moeten we nu verder uitbouwen. Onze fractie hoopt dat de minister-president zich nog meer zal inspannen om binnen het kader van zijn gewestelijke bevoegdheden een coherent, geïntegreerd en daadkrachtig veiligheidsbeleid zal voeren.

 

Ik vraag met aandrang om als minister-president op te komen voor het algemene belang van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en boven al het gemeentelijke gewoel te staan. Neem de verantwoordelijkheid op die u krachtens de zesde staatshervorming wordt toevertrouwd.

 

In het Regeerakkoord belooft de regering alvast om meer in te zetten op samenwerking en coherentie in het beleid van de verschillende politiezones. Maar de ambities mogen volgens ons verder reiken. Kan u verduidelijken welke stappen u in die richting reeds heeft ondernomen? Heeft de regering al werk gemaakt van een harmonisering van de politiereglementen?

 

René COPPENS
(Foto: www.hln.be)

Gebruikerslogin