Erfgoed moet toegankelijker worden
Tussenkomst René Coppens op het cultureel beleidsplan erfgoed 2012-2016
Mevrouw de Voorzitter,
Geachte Collegeleden,
Beste Raadsleden,
Brussel is, zoals dit beleidsplan aangeeft, een gelaagde stad met veel culturen, talen, wijken en gemeenschappen, en bijgevolg rijk aan cultureel erfgoed. Elke cultuurgemeenschap vormt als het ware een deel van de grote puzzel die het cultureel erfgoed is. Hierdoor is het Vlaamse culturele leven en a fortiori het cultureel erfgoedbeleid in Brussel niet zo evident en is het van groot belang dat de Vlaamse Gemeenschapscommissie grote aandacht schenkt aan het bewaren van het Vlaamse cultureel erfgoed in ons Gewest.
Ik ben van oordeel dat hierbij de nadruk moet worden gelegd op het zo goed mogelijk toegankelijk maken van het erfgoed. Een zo groot mogelijk publiek moet worden bereikt. Het maatschappelijk draagvlak moet worden verbreed, vergroot en waar mogelijk verdiept.
Het erfgoedbeleid van de VGC is helaas vaak nog te weinig bekend. Het stemt mij dan ook zeer tevreden, mijnheer De Lille, dat u zich in deze nota engageert tot het meer toegankelijk maken van cultureel erfgoed.
Verder ben ik van mening dat de Vlaamse Gemeenschapscommissie eveneens verder actief op zoek zou moeten gaan naar sterke partners voor de ontwikkeling en uitvoering van grote projecten. Maar het is dan wel noodzakelijk dat er een zo goed en volledig mogelijk overzicht of inventaris wordt opgemaakt van alle erfgoedactoren, inclusief de aanwezige kennis en expertise.
Op die manier kan versnippering worden voorkomen en het risico op overlapping worden ingeperkt. Een versnipperd beleid valt trouwens moeilijk te rijmen met het idee van een integraal en geïntegreerd beleid, waar u voor pleit.
Mijnheer De Lille,
De rode draad doorheen uw beleidsnota is het zoeken naar strategische vormen van samenwerking met andere beleidsinstanties in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, actief op het vlak van erfgoed. En ik begrijp waarom u hier zo veel aandacht aan besteed, want het vormt inderdaad een belangrijk punt.
De verschillende invulling van het begrip erfgoed aan de kant van de Franse en de Vlaamse Gemeenschap, maakt een erfgoedbeleid voor Brussel ook niet eenvoudig. Zonder toenadering tussen de twee gemeenschappen blijft het moeilijk om voor Brussel een volwaardig erfgoedbeleid uit te bouwen.
De Vlaamse Gemeenschapscommissie zou -mijn inziens- over erfgoedthema’s frequente contacten moeten onderhouden met de Franse Gemeenschapscommissie, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de 19 gemeenten en de Vlaamse Gemeenschap. Om een adequaat erfgoedbeleid te voeren is het gewenst om te streven naar meer afstemming en overleg met andere beleidsniveaus en overheden in Brussel.
Als u mij toestaat, zou ik u hierover meteen een aantal vragen willen stellen.
Ik heb namelijk in uw beleidsnota gelezen dat sinds 2010 binnen de VGC een coördinator werd aangesteld, die volop aan de uitbouw van een beleidsoverschrijdend netwerk werkt. Er zouden reeds een aantal concrete projecten in de steigers staan. Kan u eventueel toelichten over welke projecten het gaat?
Kan u mij ook vertellen of er momenteel duidelijke aanspreekpunten bij de Franse Gemeenschapscommissie en de andere beleidsniveaus bestaan en hoe deze eventuele samenwerking verloopt?
Mijnheer De Lille,
Vervolgens wil ik even ingaan op een andere belangrijke doelstelling die staat verwoord in uw beleidsnota. U wil namelijk meer werk maken van een goede communicatiestrategie voor de erfgoedsector. Ik kan dat alleen maar toejuichen. Want -ik herhaal- er is nood aan een betere zichtbaarheid van het erfgoed in ons Gewest.
U geeft aan dat binnen de Brusselse context nieuwe doelgroepen kunnen worden aangesproken, zoals anderstaligen die Nederlands leren. Het gebruik van de geschikte communicatiekanalen en samenwerking zijn daarbij van belang. Denkt u reeds, mijnheer De Lille, aan een concrete communicatiestrategie én aan concrete vormen van samenwerking voor deze nieuwe doelgroepen?
Zo ja, kan u daar eventueel ook meer toelichting over geven?
Ten slotte, mijnheer De Lille, wil ik nog één punt aanhalen, één dat mij na aan het hart ligt, namelijk de relaties met het lokaal cultuurbeleid. Deze kunnen nog aangescherpt worden met het oog op (1) een betere wisselwerking tussen de erfgoedwerking van de VGC en die van de gemeenten en (2) op het valoriseren van lokaal erfgoed.
Het decreet op het lokaal cultuurbeleid biedt hier mogelijkheden, maar helaas niet voor alle gemeenten, aangezien de basisvoorwaarde nog steeds het bestaan van een eigen Nederlandstalige bibliotheek is. Geen bibliotheek impliceert ook geen gemeentelijke cultuurbeleidscoördinator en bijgevolg ook geen bijkomende hulp wat de erfgoedconvenant betreft. Ik hoop dan ook dat de Vlamingen in mijn eigen gemeente binnenkort een erkende Nederlandstalige bibliotheek ter beschikking hebben. Intussen kunnen we gelukkig wel rekenen op gemotiveerde en creatieve verantwoordelijken aanwezig bij de gemeenschapscentra, die deze leemte mee trachten op te vangen.
Mijnheer De Lille,
Beste collega’s,
Ik wens te besluiten door mij stellen dat ik mij achter dit beleidsplan kan scharen. Ik ben ervan overtuigd dat de administratie en de experten de boeiende uitdagingen vermeld in dit beleidsplan vol enthousiasme zullen aangaan.
René Coppens





