Middelen voor de sportclubs blijven gewaarborgd
Aanpassing 'Sport voor Allen-decreet'
Op 8 april 2011 keurde de Vlaamse regering het zogeheten 'Planlastendecreet' definitief goed. Concreet regelt dit decreet de periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen van de lokale en provinciale besturen. Dit met het oog op het verhogen van de efficiëntie en effectiviteit van de lokale besturen en van de Vlaamse overheid.
Dit 'Planlastendecreet', alsook de nieuwe Beleids- en Beheerscyclus voor gemeenten, provincies en OCMW's leiden er toe dat het 'Sport voor Allen-decreet' moet worden aangepast.
In oktober 2012 moeten de lokale en provinciale besturen op de hoogte zijn van de Vlaamse beleidsprioriteiten waarvoor ze kunnen worden gesubsidieerd, zodat ze hierop kunnen inspelen bij het uitwerken van hun meerjarenplanning.
In maart 2011 werd een traject voor de aanpassing van het Sport voor Allen-decreet opgestart. Op 24 mei 2011 stelde het kabinet bevoegd voor Sport, samen met BLOSO, in Antwerpen de voorlopige conceptnota Sport voor Allen voor aan een talrijk publiek van voornamelijk schepenen en lokale sportfunctionarissen. Deze nota formuleert 4 Vlaamse beleidsprioriteiten en hecht aan elke beleidsprioriteit een vastgesteld deel van het subsidiebedrag per inwoner. Een aantal elementen in deze voorlopige conceptnota (o.m. de gedetailleerde oormerking gekoppeld aan een geringe subsidie) werd bijzonder kritisch onthaald door de Vlaamse gemeenten.
Gevolgen voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie?
Ook de VGC ontvangt sedert 2008 middelen in het kader van het Sport voor Allen-beleid. Deze middelen werden destijds toegekend door de Vlaamse regering onder impuls van voormalig minister Anciaux. Initieel was het de bedoeling dat er middelen zouden stromen naar de Brusselse gemeenten die zich zouden inschrijven in het Vlaamse Sport voor Allen-decreet. Maar helaas, geen enkele gemeente schreef zich in. De middelen werden vervolgens, al dan niet gedeeltelijk, aan de VGC toegekend, nl. 0,8 miljoen euro/jaar. Deze middelen laten de VGC dus toe om sedert 2008 een rijkelijk subsidiebeleid te voeren binnen de Brusselse sportsector.
Graag wilde René Coppens van het bevoegde Collegelid vernemen:
- Hoe worden deze middelen momenteel verdeeld binnen de sector sport van de VGC? Hoeveel clubs kunnen van deze middelen genieten?
- Werd Collegelid Bruno De Lille bij de opmaak van de nieuwe conceptnota Sport voor Allen betrokken?
- Welke impact kan de nieuwe regeling hebben op de middelen die de VGC ontvangt en bijgevolg op de middelen die kunnen worden toegekend aan de Brusselse sportclubs? Welke acties zal het bevoegde Collegelid ondernemen indien de impact van deze nieuwe regeling negatief zou zijn voor de VGC en de door haar gesubsidieerde clubs, wetende dat sport in een grootstedelijke context een uiterst essentieel gegeven is en dus een sterke ondersteuning dient te genieten?
- Zijn er intussen Brusselse gemeenten die zich willen inschrijven in dit decreet?
Antwoord van het bevoegde Collegelid
Het Collegelid is de idee van planlastvermindering zeer genegen. Hij bewondert de voortrekkersrol die het sportbeleid met de aankondiging van het nieuwe Sport voor Allen-decreet opneemt.
In het Sportbeleidsplan staan de decretale middelen en hun corresponderende bestedingspercentages vermeld. De geïndexeerde middelen vanuit het Sport voor Allen-decreet bedragen 826.000 euro en die worden ingezet voor plaatsvervangende lokale en bovenlokale opdrachten.
Minimum 50 % dient voor directe financiële ondersteuning aan lokale sportverenigingen op basis van een subsidiereglement. De VGC geeft 337.500 euro aan sportclubs; minimum 20 % gaat naar anders georganiseerde sport, 10 % wordt ingezet op toegankelijkheid en diversiteit en de overige 20 % aan overige opdrachten. De bestedingspercentages betreffende het bovenlokale beleid van de VGC werden in overeenstemming met de Vlaamse Gemeenschap vastgelegd. Ze bedragen 15 % oor directe financiële ondersteuning aan bovenlokale sportverenigingen op basis van een subsidiereglement, 15 % wordt voorzien voor sport voor personen met een handicap, 50% voor inter- en bovenlokale samenwerking in de sport en 20 % voor de organisatie van een pool van sportgekwalificeerde sportlesgevers.
Momenteel kregen 190 sportclubs een subsidie. Een aantal erkenningsaanvragen van nieuwe sportclubs zijn lopende, dus dit aantal kan nog toenemen.
Bij de opmaak van de conceptnota werd het Collegelid aanvankelijk niet rechtstreeks betrokken, aangezien deze nota vertrok vanuit het Planlastendecreet en voornamelijk focuste op de Vlaamse gemeenten en provincies. Van bij de aanvang werd voorzien dat er aansluitend aparte gesprekken zouden gevoerd worden met de VGC. Die gesprekken hebben inmiddels plaatsgevonden.
De nieuwe regeling voor Brussel is nog in onderhandeling. Speculeren over de impact en de middelen vindt het Collegelid momenteel voorbarig, maar hij kan ons wel geruststellen, want alles wijst er op dat de middelen voor de sportclubs gewaarborgd blijven.
Er zijn voorlopig geen Brusselse gemeenten ingeschreven in het huidige decreet.




