"Minder planlast voor de verenigingen en meer zekerheid"

Share |

Geachte Voorzitter,
Geacht Collegelid,

 

Het sociaal-culturele verenigingsleven in het Brusselse ligt ons allemaal nauw aan het hart en het is dan ook goed dat het onderwerp hier geregeld ter sprake komt. Het is het meer dan waard hierover bij tijd en wijlen grondig te debatteren.

 

Voorliggende verordening betreffende het ondersteunen van sociaal-cultureel werk en de toelichting van het Collegelid in de Commissie stemmen mij enigszins optimistisch. Niettegenstaande dat het ontwerp van verordening zeer algemeen van aard is, draagt het niettemin belangrijke boodschappen in zich en houdt het rekening met de grieven die mijn fractie de afgelopen maanden en jaren in de schoot van de Raad verschillende keren heeft geuit. De verordening wil immers volop inzetten op planlastvermindering en het bestaande werkveld zoveel mogelijk continuïteit en stabiliteit garanderen. De ballast moet tot een absoluut minimum beperkt worden. Dat kunnen wij als liberalen uiteraard alleen maar toejuichen. Het blijft echter bang afwachten hoe zich dat zal vertalen in de uitvoeringsbesluiten.

 

Dit college wil het Brusselse verenigingsleven opnieuw zekerheid bieden en dat hadden ze ook broodnodig. Verenigingen werden de afgelopen jaren te veel in het ongewisse gelaten. Ze wisten niet waar ze aan toe waren en dat bracht meermaals diepe onrust en onnodige frustratie teweeg. We moeten waakzaam blijven dat de verenigingen, ondanks de regels waaraan zij moeten voldoen om erkend te worden, de vrijheid blijven behouden om zich inhoudelijk te ontplooien en ongedwongen hun doelstellingen kunnen realiseren. Vertrouwen vanuit de overheid is in dat verband essentieel. Een klimaat van wantrouwen en overdreven controledrang, kunnen enkel en manier op de zenuwen werken van de vele werknemers en vrijwilligers die zich dagelijks en in hun vrije uren sociaal-cultureel werk mogelijk maken. 

 

De laatste jaren heeft er zich bovendien een onevenredigheid voorgedaan tussen het aantal erkende verenigingen en het beschikbare budget. Onze traditionele verenigingen werden ineens geconfronteerd met een inkrimping van hun middelen of vielen subsidiegewijs gewoon uit de boot. En dat vooral omdat er op een gegeven ogenblik een groot aantal nieuwe verenigingen werd erkend, terwijl de financiële pot even groot bleef. Wij hopen daarom dat het Collegelid erover zal waken dat de werking van de goed functionerende, traditionele sociaal-culturele verenigingen niet in het gedrang komt. Het is uiteraard zo dat vernieuwing belangrijk is en dat we nieuwe verenigingen groeikansen moeten geven. Maar de reeds bestaande verenigingen, die een indrukwekkend palmares kunnen voorleggen, mogen daarvan niet de dupe zijn. Zij verdienen ook op langere termijn financiële zekerheid.

 

Een andere belangrijk opdracht die weggelegd is voor het College, is het stimuleren en ondersteunen van het vrijwilligerswerk en de zichtbaarheid van het verenigingsleven helpen verhogen. Vrijwilligers verdienen meer waardering, een betere omkadering en ondersteuning en de bureaucratisering die ermee gepaard gaat, moet dringend afgeremd en afgebouwd worden.
 

René COPPENS

Gebruikerslogin