René Coppens kritisch voor Beleidsbrief Brussel van Pascal Smet
Tussenkomst René Coppens bij Beleidsbrief Brussel
Mevrouw de Voorzitter,
Mijnheer de Minister,
Beste collega’s,
Eerst en vooral wil ik Minister Smet bedanken voor zijn aanwezigheid en zijn bereidwilligheid om zijn beleid voor Brussel persoonlijk te komen toelichten.
Ik heb met zeer veel aandacht de beleidsbrief Brussel voor het komende jaar gelezen. Alvorens over te gaan tot mijn punctuele vragen en opmerkingen, wil ik toch eerst een algemene opmerking maken.
Niettegenstaande er wordt gesteld dat deze brief de strategische en operationele doelstellingen zoals bepaald in de Beleidsnota 2009-2014 concretiseert, is mij opgevallen dat in deze beleidsbrief enorm gefocust wordt op ‘onderzoek’ en ‘overleg’, eerder dan op concrete voorstellen. Heel wat voorstellen kennen geen concrete uitwerking, projecten in het kader van ‘Brussel voor Vlaanderen’ en ‘Vlaanderen voor Brussel’ worden vrij vaag geformuleerd, en ook al is deze beleidsbrief bedoeld om het beleid op korte termijn uit te stippelen, ben ik op mijn honger blijven zitten wat het antwoord op uitdagingen van lange termijn betreft. Ik denk bijvoorbeeld aan de demografische aangroei van meer dan 10 % die Brussel in de eerstvolgende jaren te wachten staat.
Mijnheer de Minister, het verheugt mij alvast dat u in uw beleidsbrief erkent dat er nood is aan overleg en ik kijk dan ook uit naar de concrete stappen die u zal ondernemen om constructief mee te werken aan overleg dat moet leiden tot een beleid dat de Brusselaars (of de Brusselse Vlamingen) ten goede komt.
Bovendien ben ik tevreden dat uw beleidsbrief ook enkele nieuwe initiatieven bevat, waardoor hij getuigt van enige ambitie.
Beste collega’s,
k zou nu graag mijn vragen en opmerkingen willen meegeven over een aantal punten.
Mijnheer de Minister, eerst en vooral ben ik zeer tevreden over de aandacht die u besteedt aan het Nederlands in Brussel in uw beleidsbrief. Zo kan ik alleen maar toejuichen dat u succesvolle projecten, zoals “Patati Patata” -waar onze fractie overigens zelf enthousiast aan meewerkt- , en “Bijt in Brussel” verder zal ondersteunen. Het feit dat de expertise van het Brusselse Huis van het Nederlands zal worden overgedragen naar Vlaanderen, bewijst de meerwaarde van zijn werking.
Ook ben ik zeer positief over het blijvend aanbieden van kosteloze NT2-lessen voor iedereen die in onze hoofdstad is gedomicilieerd, over de geplande samenwerking tussen het Huis van het Nederlands en de Brusselse vervoersmaatschappij MIVB en over uw aandacht voor het Nederlands in de zorgsector. Wat dit laatste punt betreft, lijkt het mij aangewezen dat verder wordt gewerkt aan een betere dienstverlening in het Nederlands. Terecht merkt u op dat deze vaak nog te wensen overlaat. Misschien dat u acties kan overwegen ten aanzien van Nederlandstalige studenten, die een medische en/of zorgopleiding volgen, opdat zij kun kennis zouden valideren in de Brusselse zorgsector?
Mijnheer de Minister,
Ik had gehoopt ook iets over schoolabonnementen voor openbaar vervoer in deze beleidsbrief te lezen. De Franse Gemeenschap heeft een overeenkomst met de MIVB over een tegemoetkoming in de abonnementskosten. Deze kosten wegen zwaar op het budget van heel wat gezinnen. We stellen vast dat kinderen die naar het Nederlandstalig onderwijs gaan, bij gebrek aan een overeenkomst met de Vlaamse Gemeenschap, niet in aanmerking komen. Is dit geen initiatief dat zou passen in het Brusselfonds? Het ligt alvast gevoeliger dan u denkt. Wie op zoek gaat op de website van de MIVB naar abonnementsprijzen voor zijn kinderen wordt geconfronteerd met de publiciteit van de Franse Gemeenschap voor de korting en ziet meteen dat deze korting aan zijn neus voorbijgaat.
Verder, mijnheer de Minister, bestaat een van uw doelstellingen er in een sterke partner te zijn bij de armoedebestrijding in Brussel. U heeft in deze zin plannen om een gezamenlijk permanent armoedeoverleg op te starten. Zoals ik eerder aangaf, ben ik een voorstander van overleg, maar toch wens ik mijn bezorgdheid uit te drukken voor een bijkomend overlegorgaan. In Brussel is het armoedebeleid immers zeer versnipperd. Mede hierdoor worden concrete oplossingen in de praktijk bemoeilijkt. Ik vrees dan ook dat een nieuwe overlegstructuur de versnippering verder in de hand zal werken, wat geenszins afbreuk hoeft te doen aan het feit dat iedere betrokken overheid in deze zijn verantwoordelijkheid moet nemen.
Beste collega’s,
Ik wens ook graag even de aandacht te vestigen op het Muntpunt, waarin de Hoofdstedelijke Openbare Bibliotheek en Onthaal en Promotie Brussel zullen worden geïntegreerd. In uw beleidsbrief, mijnheer de Minister, wijst u er op dat beide vzw’s initiatieven moeten nemen opdat de fusie kan worden gerealiseerd. En dat de overheid, omwille van haar zorgvuldigheidsplicht, met volle kennis van zaken moet meewerken aan deze integratie. U kondigt aan dat u een HR-bureau zal aanstellen om de functionele en arbeidsrechtelijke overdracht te regelen. Staat al concreet vast hoe dit bureau zal worden aangesteld en heeft u misschien al een zicht op de termijnplanning? Kan u eventueel ook toelichten hoe het bijkomend werkingsbudget van 290.000 euro voor de aanwerving van 4 personeelsleden is verdeeld en of dit aanzienlijk bedrag jaarlijks zal worden toegekend?
Tevens bent u van plan om een communicatiebureau aan te stellen om een integrale communicatiestrategie op te zetten tegen 2012. Het huisstijlhandboek van het Muntpunt werd echter al gefinaliseerd. Dit lijkt mij chronologisch niet meteen logisch. Wat als het nieuw aan te stellen communicatiebureau zich niet kan vinden in de huidige huisstijl?
Mijnheer de Minister,
Vervolgens wil ik graag nog even stilstaan bij uw plannen op vlak van cultuur. Het maakt immers een groot onderdeel uit van uw beleidsbrief -in tegenstelling tot andere beleidsdomeinen zoals welzijn waar u minder aandacht aan heeft besteed- en u trekt er ook een aanzienlijk budget voor uit.
U verwijst naar de projecten die u in 2010 heeft ondersteund, maar nergens heb ik teruggevonden welke culturele projecten u in 2011 zal ondersteunen.
Heeft u hier nog geen enkel zicht op? Zullen dezelfde projecten als in 2010 worden ondersteund? En op basis van welke criteria zal u uw keuze baseren?
Voor onze fractie is het belangrijk dat iedereen kan participeren aan culturele projecten en de samenleving in zijn geheel. Wij hopen dat u dus niet te veel zal focussen op bepaalde doelgroepen, doch eerder werk zal maken van participatiestimulering en informatieverstrekking gericht aan alle bevolkingsgroepen.
Tot slot wil ik het nog kort hebben over een aantal initiatieven rond het Brede School-concept in Brussel dat u wenst te ondersteunen. Uiteraard ben ik enthousiast over het overleg en de samenwerking die u hieromtrent heeft met het VGC-collegelid bevoegd voor onderwijs. Wel ben ik benieuwd of u heeft rekening gehouden met de resultaten van de proefprojecten die sinds 2006 van start gingen. Kan u bijvoorbeeld al conclusies trekken uit het project dat heeft plaatsgevonden in de Brusselse wijk Kuregem?
Ik dank u alvast voor uw aandacht.
René Coppens





