René Coppens mengt zich in discussie over de hervorming van de gemeenschapscentra
Commissie Cultuur, Jeugd en Sport
Tijdens de commissievergadering heeft René Coppens er op gewezen dat Open Vld een sterke voorstander is van een betere ondersteuning van de gemeenschapscentra en dat de VGC de vrijwilligers kan ontlasten. Een nauwere samenwerking tussen bepaalde centra is een goede zaak, maar elk centrum heeft zijn eigen specificiteit en het is belangrijk om daarmee rekening te houden.
Het huidige hervormingsproces leidt echter tot heel veel onrust en onduidelijkheid, zowel bij personeel als vrijwilligers en dat komt omdat het niet duidelijk is welke richting men uitgaat. Hij heeft het bevoegde Collegelid dan ook gevraagd hoe het nu zit met het personeel. Waar en op welke manier zullen zij ingezet worden in de nieuwe structuur die wordt uitgetekend? Het is ook belangrijk dat de personeelsleden niet alleen een affiniteit hebben met het centrum waarin ze werken, maar ook met de omgeving van het centrum. Enkel op die manier kunnen zij een echte bijdrage leveren aan het gemeenschapsvormende aspect van een gemeenschapscentrum. Hoe zal dit verzekerd worden wanneer het personeelsbeleid centraal aangestuurd zal worden?
Een andere vraag voor het bevoegde Collegelid luidde als volgt: in welke mate werd er bij de hervormingen rekening gehouden met de mening van de centrumverantwoordelijken? Zij werden gehoord, maar wat is daarmee gebeurd?
Verder heeft René er op gewezen dat bij de vrijwilligers de angst leeft dat zij buiten spel gezet worden en niks meer te zeggen zullen hebben over hun centrum. Wat Open Vld betreft, kan deze hervorming, die gericht is op doeltreffendheid, in geen geval leiden tot een afbouw- of inkrimpscenario van sommige centra. Hij drong er dan ook bij het Collegelid op aan ons concreet in te lichten over het overleg dat hij heeft gehad met de vrijwilligers en personeelsleden van de gemeenschapscentra.
Plenaire vergadering
Lees hieronder de tussenkomst van René Coppens tijdens de plenaire vergadering:
Laat mij eerst en vooral stellen dat we vandaag blij zijn de discussie over de gemeenschapscentra te voeren, want dit is een belangrijk onderwerp. Elk gemeenschapscentrum is immers een geschiedenis op zich.
Alle 22 gemeenschapscentra functioneren vandaag anders. De verhoudingen met de lokale verenigingen of het gemeentebestuur zijn anders en ook hun dagelijkse werking verschilt erg. Van meet af aan durven wij erop wijzen dat het niet aangewezen zou zijn afbreuk te doen aan deze specificiteit van elk gemeenschapscentrum en hun lokale dynamiek.
Wij herinneren er ook aan dat deze hervorming al lang op het programma staat. Er werd mee begonnen in de vorige legislatuur door uw voorganger. Dat ging toen gepaard met omgevingsanalyses en dergelijke meer. Er werden veel studies opgestart, maar het bleef onduidelijk tot wat dit zou leiden.
Deze legislatuur is de hervorming onder stoom gekomen. We zitten momenteel dus volop in een hervormingsproces. Ook onze partij (Open Vld) is voorstander van een versterkte werking van de gemeenschapscentra, ook al omdat we niet blind mogen zijn voor de veranderende maatschappij. Zonder modernisering is er voor de centra geen toekomst. Wat hier in de Raad al naar voren werd geschoven en tijdens de voorbereidende commissievergadering werd medegedeeld, lijkt ons hier grotendeels een antwoord op te kunnen bieden.
De gemeenschapscentra -voorheen trefcentra en nog vroeger sociaal-culturele raden genoemd- kwamen in Brussel in de regel tot stand onder impuls van vrijwilligers. De verenigingen vonden er een thuis en gaven er de nodige slagkracht aan. Vandaag zitten wij met een andere invulling van de vrijetijdsbeleving. Eén die veel minder via het klassieke pad van het engagement in een vereniging loopt. Mensen zijn socio-culturele shoppers geworden. De toenemende druk van de job zorgt er ook voor dat een engagement naast het werk ook veel moeilijker wordt dan pakweg 40 jaar geleden.
Het Nederlandstalige verenigingsleven kalft af. Dit is een fenomeen dat we ook in Vlaanderen zien, maar in Brussel gebeurt dit blijkbaar aan een sneller tempo. Het is dan ook van essentieel belang dat de gemeenschapscentra actief en proactief ondersteuning blijven geven aan de nog bestaande verenigingen en om dit doel te bereiken moeten uiteraard ook de gemeenschapscentra nog beter ondersteund worden.
Wellicht zal daar ook een andere inzet van het personeel van de gemeenschapscentra mee gepaard gaan. Om maar wat te zeggen, andere werk- en openingsuren. Gezien het socio-culturele leven zich afspeelt na de werkuren of in het weekend, zullen we van ons personeel -nog meer dan nu- moeten vragen dat zij nog flexibeler zouden zijn.
Voor ons is het gemeenschapsvormende aspect van de gemeenschapscentra essentieel, vooral in een stedelijke context. Daarom is het belangrijk dat er een nauwe samenwerking bestaat met de scholen, maar bijvoorbeeld ook met de dienstencentra (en waar mogelijk) ook met de gemeenten. Het spreekt voor zich dat dit gemeenschapsvormende aspect ook moet worden vertaald in reële inspraak door de vrijwilligers en lokale verenigingen. Precies daarom is het ook van zeer groot belang dat het personeel niet alleen betrokken is bij het centrum, maar ook in de omgeving waarin ze werken.
Ik denk ook dat dit het hervormingsproces meer dan een belangrijk gespreksonderwerp was voor personeel en vrijwilligers. Vooral omdat mijn inziens er tot nog toe te weinig duidelijkheid was. Er stond nauwelijks iets op papier welke richting dit alles uit moet. De betrokkenen waren dus onrustig en dat zorgde in sommige centra voor een malaise. Ook en vooral omdat er over de toekomst van sommige gemeenschapscentra de meest wilde geruchten de ronde deden.
Ik dacht tot voor kort hier op deze tribune nog vele vragen te stellen en bedenkingen te formuleren. Maar het voordeel van een voorafgaande bespreking in commissie bracht mee dat de meeste vragen reeds een duidelijk antwoord kregen.
Zo hebben wij voor alle duidelijkheid geacteerd dat het dus niet om de zogenaamde gevreesde “centralisering en professionalisering” gaat, maar het de bedoeling is middelen ter beschikking te stellen ter verbetering van de efficiëntie van de werking van de gemeenschapscentra. Ook de 22 gemeenschapscentra blijven verder bestaan, weliswaar met mogelijk hier en daar een andere locatie. Daarenboven heeft het Collegelid er ons ook tijdens de commissievergadering van verzekerd dat de rol van de vrijwilligers intact blijft. Het is niet omdat er beroepskrachten zijn, dat er geen plaats meer zou zijn voor vrijwilligers. De vertegenwoordigers van de VGC zullen voor een goede samenwerking zorgen, wat trouwens hun taak is en de lokale centrumverantwoordelijke blijft hoe dan ook zijn ploeg aansturen. Wat de lokale programmatie betreft, wil men vooral suppletief optreden, m.a.w. er moet ook ruimte worden gemaakt voor zaken die bijvoorbeeld in Vlaanderen en niet in Brussel gebeuren. Voor alle duidelijkheid: er komt dus geen programmatieploeg voor de 22 gemeenschapscentra.
Ten slotte wordt conform het Regeerakkoord verder werk gemaakt van een efficiënter beheer dankzij de dienst Patrimonium. Ook samenwerking tussen de centra blijft mogelijk. Kortom, wij hebben dankzij de commissievergadering begrepen dat de uiteindelijke bedoeling van de hervorming erin bestaat de zaken te optimaliseren dankzij een perfect ploegenspel tussen de centra en de VGC.
Eenieder zal begrijpen dat we met zulke lezing het verdere verloop van de hervorming zonder argwaan en met een goed gevoel kunnen blijven volgen. Ik zou dan ook willen besluiten met collega De Pauw te danken voor haar initiatief tot het indienen van een discussienota over onze gemeenschapscentra en het bevoegde Collegelid voor zijn uitvoerig en gedetailleerd antwoord. Ik denk dat de zaken nu voldoende transparant zijn -het was ook nodig!- om zowel personeel als vrijwilligers gerust te stellen. Dit alles betekent niet dat wij het naleven van deze beloften niet meer van nabij zullen volgen. Ik ga ervan uit dat noch de politiek, noch de administratie over een verborgen agenda beschikken. Ik besluit met de hoop uit te drukken dat zowel personeel als vrijwilligers nu opnieuw vol enthousiasme zullen meewerken tot grotere groei en bloei van onze Vlaamse gemeenschap en al degenen die zich in Brussel tot hen willen bekennen.
Ik dank u voor uw aandacht.




