Van dorp naar stad

Of van Kerkstraat naar Lombardstraat...

De jaarlijkse ruzie van de Saint-Aubert

René Coppens werd geboren in het ouderlijk huis, in de Kerkstraat in Ganshoren. Toch staat er “Molenbeek” op zijn identiteitskaart. Dat komt omdat “Den Duits” verschillende gemeenten administratief gefusioneerd had tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het huidige Ganshoren viel destijds onder Molenbeek.

“Al van in mijn jeugd was ik gefascineerd door de organisatie van onze maatschappij en ons dagelijks leven. Misschien was dit aparte feitje over mijn geboorte de voorbode van mijn liefde voor administratie. De politiek en mijn liberale overtuiging kreeg ik dan weer van huis mee. Mijn moeder was afkomstig van Ganshoren en had, sla me dood, twaalf of dertien zussen en broers. Haar ouders hielden er café. Decennia lang baatten ze “In de wandeling” uit tegenover het oude gemeentehuis in de Kerkstraat.

Mijn grootouders aan moederskant waren zelfstandigen en grote supporters van Maesschalck, de toenmalige liberale Burgemeester van Ganshoren. Ook mijn overgrootvader was trouwens lang gemeenteraadslid in Ganshoren. Toch kreeg ik de politieke microbe mee van vader, een overtuigde liberale militant. Ook al mijn nonkels en tantes oefenden vrije beroepen uit”, vertelt René.

René als jongemanHij ging naar de Vlaamse school. In die tijd uitzonderlijk voor een zoon van zelfstandigen. Vader Remi was “Pâtissier-Chocolatier”, in de Kerkstraat (of wat had u gedacht?) en sprak Brussels met vrouw en kinderen. Hij had van de schooldirecteur de raad gekregen om zijn zoon in het “Vlaams” school te laten lopen. De zoon van de directeur, het speelkameraadje van René, ging naar de Franstalige afdeling.

“Ach zo ging dat vroeger...De directeur had tegen mijn vader gezegd dat hij niet voldoende Frans kende om mij op school te kunnen volgen”, blikt René terug.

"Ik liep heel mijn kindertijd veel op straat. Mijn ouders waren altijd druk bezig en zo lang de schoolresultaten goed waren, was er niks aan de hand. Maar één dag per jaar hadden mijn ouders “congé”. Op de dag van St-Aubert, de patroonheilige van de bakkers. De enige dag dat de bakkerij gesloten was. Dat was de dag dat mijn ouders ruzie maakten. Niets doen zat niet in hun genen”, lacht hij.

“Ik maakte mij dan ook zo vlug mogelijk uit de voeten. Om ruzie te vermijden begon moeder dan maar te kuisen”, vervolgt René.

“Polle Gazon”

Na de lagere school aan de gemeenteschool in de Brouckèrelaan in Ganshoren ging René naar het Atheneum van Koekelberg. Hij was een goed student en een technisch zeer begaafd voetballer. René vertelt: “Ganshoren is/was een echte sportgemeente. Toen ik kind was tierde de kaatssport en het wielrennen er welig. De zomers waren heerlijk. We kaatsten, fietsten en voetbalden. Toch was voetbal de eerste sport van René. “Ik volg het nog altijd van dichtbij, maar vroeger was het toch anders. De mensen volgden vooral hun lokale club. Voor mij was dat natuurlijk Ganshoren dat destijds Crossing Ganshoren heette”, vertelt René.

Op een bepaald ogenblik had Ganshoren geen voetbalclub meer en werd aan een huurder van René’s vader, Oscar De Coster, gevraagd het nieuwe FC Ganshoren te leiden. Hij aanvaardde, maar op één voorwaarde: FC Ganshoren moest in groen-zwart spelen, de kleuren van de club waar hij voor supporterde, Cercle Brugge. “Zo komt het dat FC Ganshoren in groen-zwart speelt. Ik doe niets liever dan in het weekend achter het kerkhof, naar FC gaan kijken. Ik kom dan oude en nieuwe bekenden tegen en er bestaat geen betere manier om te peilen naar wat er in de gemeente leeft.

"Ooit speelden we met Ganshoren met de kadetten tegen Anderlecht op verplaatsing. Onze bus viel in panne en we moesten te voet van vóór de Prince de Liège naar het stadion. Al gauw enkele kilometers stappen. In die tijd bestond er geen opwarming. Maar door de panne waren wij in vorm en wonnen met 3-4 tegen het grote RSCA. Na een half uur was het al 0-3 maar het meest opmerkelijke was de aanwezigheid van 200 supporters die naar een jongetje kwamen kijken: Pol Van Himst. Toen al een ster. Hij maakte de drie paarswitte doelpunten. Ik mag zeggen dat ik tegen Van Himst gespeeld heb”, zegt René trots. Bovendien maakte René de winning goal.

Odette, Annemie en Guy

huwelijk René en OdetteNa de humaniora ging René studeren aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij behaalde er een diploma in de rechten en notariaat. In die tijd kwam hij ook zijn toekomstige tegen, Odette. Ze zijn nog altijd samen.

“Ik leerde Odette kennen op een avondje uit onder studenten in de stad. Ze ging naar het Lyceum van Molenbeek. Ze woonde in Zellik, maar was een rasechte Jetse. Ik kwam haar ook geregeld tegen op de thédansants die door de scholen werden georganiseerd. Aster Berkhof, de bekende jeugdauteur, was mijn leraar Engels en organiseerde de fuiven. Een heerlijke tijd”, mijmert René.

Op zijn tweeëntwintigste zetelde René al in het bestuur van de  PVV-PRL Ganshoren. Hij was er een van de vier Vlamingen (op 25 bestuursleden). Daarvoor had hij samen met zijn goede vriend George Wybouw de Jong PRL-PVV Ganshoren opgericht. "In die tijd, toen we nog jong en onbezonnen waren, gingen we plakken voor onze mandatarissen, zoals Jacques Van Offele en Gust Dewinter”, vertelt René. “Ik was een idealist, een Vlaamse liberaal. Geen flamingant, wel een assertieve Vlaming die op zijn rechten stond. Ik had wel een gevoel voor compromis. Dat moest ook in Brussel”, merkt hij op.

Opkomst van het FDF

“Toen liep het serieus uit de hand. Eind jaren zestig werd de partij gesplitst. Een Vlaamse versie met gematigde Franstaligen en een puur francofone. De liberalen waren versplinterd. Dat bracht met zich mee dat we op gemeentelijk vlak decennialang in de oppositie zijn beland. Ik was dan ook zeer blij om na 24 jaar oppositie de Vlaamse liberalen terug in de meerderheid te brengen”, zegt hij niet zonder trots. “Begin 2001 werd ik voor het eerst schepen”.

De man die het meest indruk op hem gemaakt heeft op politiek vlak is de eerste voorzitter van de PVV, Willy De Clercq. “Ik was op het stichtingscongres van Knokke in 1971. De Clercq was een supertalent. Zo kom je er maar één of twee in je leven tegen”, zegt René. “De Clercq maakte van een elitaire partij van patrons, een partij voor de burger. Net als Verhofstadt later.”

René had Freddy Neyts leren kennen, de man van Annemie. Haar carrière volgde hij van dichtbij. “Ze werd gelanceerd door Bascour en Dewinter die een kandidaat zochten voor de verkiezingen in ‘81. Ze moest jong, vrouw en intelligent zijn. Ze waren bij Annemie uitgekomen. Guy Vanhengel heeft daarna haar campagne verzorgd. “Annemie Brusselt” is nog altijd, volgens mij, de beste politieke campagne die ik ooit meemaakte. Het is ook geen wonder dat Vanhengel het tot minister bracht en het goede werk van Annemie verder heeft kunnen zetten. Het zijn echte Brusselaars met zin voor consensus. In tegenstelling tot vele nieuwelingen die in de Brusselse politieke arena gegooid worden.Guy, Annemie en René

Hoewel René geregeld aanbiedingen kreeg om kabinetschef te worden, bleef hij trouw op post als topambtenaar. René Coppens is een expert inzake staatshervorming en andere ingewikkelde administratieve spitsvondigheden.

“Ik werkte graag achter de schermen. Voor de gewestverkiezingen van 2004, zette ik echter zelf de stap. Ik werd als parlementslid verkozen. Maar of het nu Ganshoren, het Gewest of de partij betreft, ik blijf rustig doorwerken en probeer mijn steentje bij te dragen tot een betere maatschappij”, verklaart de medestichter van de autonome Vlaamse PVV.

Waarom is René Coppens nu eigenlijk liberaal?

“Wel, omdat ik geloof dat een sociaal gecorrigeerde vrijemarkteconomie het beste van alle systemen is. Zij alleen zorgt voor welvaart en welzijn. Men kan immers geen sociaal paradijs bouwen op een economisch kerkhof”, zegt hij met volle overtuiging.
 

Gebruikerslogin